Artrose is een degeneratieve ziekte die onstaat door het verslechteren van het gewrichtskraakbeen. Gewrichten bestaan uit de verbinding tussen verschillende botten. De uiteinden van deze botten zijn bedekt met gewrichtskraakbeen. Wanneer deze wordt beschadigd onstaat er pijn, stijfheid en belemmering in beweging. Een van de meeste klachten komen voor bij de knieën.

De artrose kan voorkomen in de gehele of in een gedeelte van de knie. Het uit zich voornamelijk in pijn nadat men lange tijd heeft gestaan of heeft gewandeld. Ook komen stabiliteitsproblemen, beweegbaarheidsproblemen, gekraak, gevoel van blokkade of zelfs onstekingen voor.

Heb ik een kunstknie nodig?

Diagnose van artrose in de knie kan worden vastgesteld met de juiste historische behandeling. De orthopeet zal in een in-take gesprek de gewrichten onderzoeken, röntgenfoto‘s aanvragen en eventuele andere onderzoeken aanvragen. De röntgenfoto’s, waarbij de patiënt staat, de leeftijd en de omschrijving van de patiënt bieden de mogelijkheid om de graad van de artrose in de knie te bepalen. Deze informatie is van belang om te bepalen of een knieprothese noodzakelijk is of niet.

Over het algemeen gaat er een tijd overheen voordat besloten wordt over te gaan op knieprothesechirurgie. De voornaamste reden hiervoor is dat men altijd probeert een dergelijke ingreep uit te stellen daar de prothese een levensduur heeft en met de tijd zal moeten worden vervangen. Afhankelijk van de leeftijd van de patiënt is het mogelijk een ingreep te plannen die als doelstelling heeft de pijn te verzachten en tijd te winnen voordat wordt besloten over te gaan op een knieprothese.

Knieprothesechirurgie

De knieprothesechirurgie duurt ongeveer 2 uur en gebeurt onder volledige narcoso of ruggenprik, waardoor u geen pijn zult ondervinden. De chirurg maakt een verticale snee over de voorkant van de knie waardoor deze open komt te liggen en de knieschijf aan de kant kan worden gezet. Vervolgens zaagt hij een stuk bot van het dij- en bovenbeen af om plaats te maken voor de prothese, en het onderste deel van de knieschijf om deze voor te bereiden op het plaatsen van onderdelen die aan de knieschijf vast komen te zitten. Hierna wordt de prothese d.m.v. sneluithardend botcement aan het boven- en scheenbeen vastgemaakt. Tenslotte worden de spieren en pezen rondom het nieuwe gewricht gerepareerd en de wond gehecht. Na de operatie verblijft de patiënt nog enkele dagen in het ziekenhuis. De volledige herstelling duurt vier tot twaalf maanden.

Totale knieprothesechirurgie dient de laatste optie te zijn. In plaats hiervan, is het beter om eerst een halve knieprothese te plaatsen. Deze prothese is speciaal aangewezen wanneer er weinig beschadiging is van het bot en de kniebanden grotendeels gezond zijn. De meest voorkomende vormen van halve knieprothesen zijn Unicondylaire prothesen en Patellofemorale knieschijfprothesen, voor die patiënten die enkel lijden aan artrose rondom de knieschijf, tipisch bij mensen met breuk antecedenten.

Over het algemeen bestaan knieprothesen uit onderdelen gemaakt van zowel metaal als kunstof. De geboekte vooruitgang in de laatste tien jaar berust op de innovatie van het materiaal. Deze wordt telkens bestendiger wat duidelijk leidt tot een langere levensduur van de prothesen. Ook is de pijncontrole tijdens de postoperatie een verbetering, waardoor een snelle revalidatie mogelijk is doordat in een vroeger stadium beweging en oefeningen worden verdragen.

Vervanging van knieprothese

Prothesen blijven chirurgisch materiaal wat altijd een beperkte levensduur heeft. Met de tijd worden ze zwakker en zal slijtage plaatsvinden. Wanneer deze beginnen te falen zal een vervanging noodzakelijk zijn, wat een ingewikkelder proces meebrengt dan een eerste operatie. Uitstel is dus mogelijk, echter mag dit niet ten koste gaan van de kwaliteit van het leven.

Een prothese kan om verschillende redenen falen: n.a.v. infectie, slijtage of breuken van de botten rondom de prothese. Maar wat voornamelijk is bij de duur van de prothese is de ervaring van de opererende chirurg. Het is een bewezen feit dat het percentage complicaties bij chirurgen die jaarlijks weinig ingrepen doen, hoger is.

Total knee replacement

Revalidatie na de knieprothese

90 % van de patiënten die knieprothesechirurgie hebben ondergaan voelen een enorme opluchting van pijn en vooruitgang in de beweegbaarheid en derhalve een grote verbetering van de kwaliteit van het leven. De revalidatieduur is verschillend en afhankelijk van elke patiënt. Gebruikelijk is echter 6 dagen voordat men uit het ziekenhuis wordt ontslagen en ongeveer 6 maanden voordat weer normaal kan worden geleefd.

De eerste maand na de operatie zal voornamelijk zittend zijn en gericht op de revalidatie. Na de eerste maand kan op progressieve wijze het normale leven weer worden opgepakt.

Na drie maand is de verbetering aanzienlijk en kunnen veel van de dagelijkse dingen worden gedaan en na 6 maand beginnen de patiënten de operatie te vergeten.

Na een knieprothesechirurgie is het niet raadzaam om activiteiten te doen die grote inspanning met zich mee brengen, zoals springen of hardlopen, buiten de sprintjes om de bus te pakken of te vermijden dat uw kleinkind de straat over steekt. Maar activiteiten zoals wandelen, fietsen, zwemmen, golfen of zelfs een lichte boswandeling zullen geen verdere belemmeringen meer zijn.